Ik geef de laatste tijd veel lezingen. Sommige zijn openbaar en andere voor besloten groepen waaronder schoolteams, remedial teachers, logopedisten, maar bijvoorbeeld ook voor wethouders die jeugdzorg in de portefeuille hebben.

Ik start meestal met een waarschuwing voor mensen uit het onderwijs, dat ik dingen ga zeggen die soms haaks staan op alles wat ze tijdens hun opleiding hebben meegekregen of waar ze dagelijks mee bezig zijn. Daar kan je op twee manier op reageren. Je kunt de hakken in het zand zetten en in je eigen gelijk blijven zitten (dan heb je een vervelende avond) maar je kan je er ook voor gaan zitten en met een open blik naar de dingen kijken ( dan wordt het een boeiende avond).

Laatst vertelde ik over het wetenschappelijke onderzoek van Prof. Dr. Maximilian Riesenhuber, die met zijn team van neurowetenschappers tot de wetenschappelijke conclusie kwam dat wij niet automatiseren aan de hand van de klank-tekenkoppeling of spellingsregels, maar aan de hand van het woordbeeld.

Wat is klank-tekenkoppeling?
Bij technisch leren lezen gaat het erom dat de hersenen letters vlot kunnen koppelen aan klanken. De letters herkennen en de letters schrijven. Dit levert letterkennis op. Na het leren van de letters komt het combineren van letters tot woorden en nog later tot hele zinnen (bron: Steunpunt Dyslexie).

Veel methodieken geven aan dat de klanken a, e, i, o, u korte klanken zijn en dat aa, ee, oo, uu lange klanken zijn. De Kernvisie methode gaat ervan uit dat een letter één naam en verschillende klanken heeft. Toen ik dit vertelde kon een toehoorder het niet meer houden. ‘Als ik niet meer de klank-tekenkoppeling mag gebruiken hoe leer ik dan de klanken van een woord aan mijn leerlingen.’ Ik heb haar uitgelegd dat er niets mis is met de klank-tekenkoppeling, want ik vind dat je kinderen die nog niets weten van lezen, met de klank-tekenkoppeling goed de opbouw van een woord kan uitleggen. Alleen dan begrijpen zij het, ze hebben de woorden ook nog niet geautomatiseerd. Maar de gewenste automatisering komt tot stand vanuit het woordbeeld en niet vanuit de beredenering.

Er ontstond een felle discussie waarin werd vast gebeten in het feit dat de klank-tekenkoppeling nuttig was en dat je dat niet zomaar weg kon laten. Ik moest een aantal keren uitleggen dat ik niet de klank-tekenkoppeling ter discussie stel, maar dat diezelfde klank-tekenkoppeling niet leidt tot automatisering. De toehoorder had zich zo vastbeten in het verzet, dat zij niet meer hoorde wat ik zei, maar in haar eigen gelijk ging zitten.

Het zette mij wel aan het denken. Wanneer ik zeg: ‘Wij automatiseren niet aan de hand van de klank-tekenkoppeling maar aan de hand van het woordbeeld’ dan wordt al snel uitgelegd dat de klank-tekenkoppeling niet meer gebruikt mag worden. Maar dat is niet wat ik bedoel!

Wanneer je te lang bezig blijft om via de klank-tekenkoppeling woorden te verklanken, zal dit niet leiden tot automatisering, maar dan zal je dat steeds opnieuw moeten blijven doen.